Vluchtoord Gouda

Achtergrond
Nederland bleef neutraal tijdens de Eerste Wereldoorlog 1914-1918. Duitsland viel begin augustus 1914 België binnen om via dit land door te stoten naar Frankrijk. Vanaf dat moment vluchtten de eerste Belgen naar Nederland. De grote vluchtelingenstroom kwam vooral in oktober 1914 op gang door de val van Antwerpen. Ongeveer 1 miljoen Belgische vluchtelingen zochten een veilig heenkomen in ons land. De bevolking van Nederland steeg in korte tijd van 6.2 naar 7.2 miljoen, oftewel met circa 15%. Nadat de oorlogshandelingen in België waren beëindigd keerden een groot deel weer terug. Circa 100.000 Belgen zouden gedurende de gehele oorlogsperiode in ons land verblijven. De meeste vonden onderdak bij particulieren of regelden zelf hun huisvesting. Voor ongeveer 20.000 vluchtelingen werden plaatsen geregeld in door de regering ingestelde vluchtoorden in Ede, Nunspeet en Uden. In Gouda kwam ook een vluchtoord tot stand door een plaatselijk particulier initiatief, gesteund door het gemeentebestuur

Vluchtelingen in Gouda
Begin oktober 1914 kwamen de eerste vluchtelingen in Gouda aan. Naast opvang bij particulieren werden de vluchtelingen onder meer tijdelijk ondergebracht in een aantal ruimten van de sociëteit “Ons Genoegen”, de sociëteit “de Reünie”  in de concertzaal van de “Katholieke sociëteit” en kaaspakhuizen.  In de loop van de maand oktober nam het aantal vluchtelingen aanzienlijk toe. Eind oktober 1914 waren er in Gouda bijna 1500 vluchtelingen. Om voor extra opvang te zorgen werden er door het ‘plaatselijk vluchtelingen comité, het gemeentebestuur en De N.V. Snijgroenkwekerij v/h Gebr. Steensma aan de Graaf Florisweg afspraken gemaakt om tijdelijke opvangplaatsen in de kassen van dit bedrijf in te richten. Door de oorlog was de export van dit bedrijf  bijna geheel weggevallen en het had dus belang bij een nieuwe bestemming. Al spoedig daarna werd besloten er een permanent vluchtoord van te maken. Het vluchtoord Gouda werd in december 1914 officieel erkend en gefinancierd door de regering.

Het vluchtoord Gouda
Bijna het gehele terrein van circa 5 ha werd ingericht voor de opvang van vluchtelingen. Van de zes grote kassen van circa 1000 m2 werden er drie ingericht als slaapzaal, twee als recreatiezaal en een als eetzaal. Twee van de resterende drie kleine kassen kregen de bestemming wasgelegenheid en in de andere was de bijkeuken gevestigd. Het kamp werd uitgebreid met een aantal houten gebouwen die fungeerden als leslokaal, werkplaats, naaizaal, ziekenhuis, kledingmagazijn, kerk, kantine en keuken. Verder werden er in de loop der tijd, met buitenlandse steun, op het terrein vierenzestig demontabele woningen neergezet. Gedurende gehele oorlog zou het vluchtoord in stand blijven. Het aantal vluchtelingen varieerde nogal in de tijd sommige verhuisden naar een ander vluchtoord, regelden zelf huisvesting, keerden terug naar België of vertrokken naar Engeland.

Aantallen:        Totaal          Mannen   Vrouwen    Kinderen

1 maart 1915          1962             928           455            579

1 maart 1916          1517             426           389            702

1 maart 1917          1148             397           406            345

1 maart 1918          1183             388           396            399

1 januari 1919          987             319           353            313

Eind januari 1919 vertrekken de laatste vluchtelingen, het vluchtoord wordt opgeheven

Onderwijs
In het vluchtoord kregen de kinderen ook onderwijs. Voor de jongens was er een leerplicht van zes tot zestien jaar, voor de meisjes van zes tot veertien jaar. Kleuters van 2½ tot zes konden naar de ‘fröbelschool”. Daarnaast was er voortgezet onderwijs en konden zowel ouderen en jongeren vakopleidingen volgen.

Werken
Huishoudelijke werkzaamheden, zoals schoonmaken, repareren van kleding, wassen, koken e.d. verrichtten de vluchtelingen zelf. Voor een Engelse liefdadigheidsorganisatie, die de goederen in Groot-Brittannië verkocht, maakten de vluchtelingen uiteenlopende producten zoals vlechtwerk (manden) en speelgoed. Voor vrouwen en meisjes waren in het kamp naai- en breiklassen.

Ontspanning
Om de vluchtelingen te vermaken werden er avonden met onder meer muziek en toneel georganiseerd. Daarnaast was er onder meer een turnvereniging en een  muziekkorps.

Relatie met de Gouwenaren
In het algemeen waren de verhoudingen goed. Toen er plannen waren om het vluchtoord op te heffen reageerde Gouwenaren met een petitie om sluiting tegen te gaan. Zeker in de laatste oorlogsjaren toen de nood ook hoog was voor de Gouwenaars vanwege de distributiemaartgelen, door de schaarste werd er kritischer gekeken naar de zorg en ondersteuning die vluch­telingen ontvingen, maar tot echt grote spanningen heeft het niet geleid.

Tekst: Martin Kraaijestein